Go girl

Vlak voor het sluiten van de markt komt ze naar mijn kraam.
“Ik zoek een cadeautje voor mijn kleindochter die morgen jarig is. Ik wilde eigenlijk een zweetbandje kopen met haar naam er bijvoorbeeld op, maar die hebben ze niet bij de sportzaak. Misschien dat een polsbandje ook leuk zou kunnen zijn. Maar wat voor tekst zal ik er dan op laten zetten? En hoe lang duurt het eigenlijk voordat het klaar is, want ik heb weinig tijd.”
Al weifelend en twijfelend staat ze te wiebelen op haar voeten, koortsachtig zoekend naar passende woorden.
“Hoe oud wordt uw kleindochter en waar houdt zij van?” vraag ik haar.
“Twaalf en zoals zoveel meisjes houdt ze van paardrijden.” Ze valt even stil, pijnigt haar hoofd nog eens over de tekst die ze zal kiezen en zucht.
“Voor haar broertje zou ik het zo weten. Die uit zich veel meer, laat veel meer van zichzelf zien. Zij is gesloten en houdt afstand.” Haar handen weerspiegelen al pratend haar woorden. “Eigenlijk is ze best heel onzeker.”
“Is een tekst om haar aan te moedigen dan misschien iets voor haar?” opper ik. “Iets in de trant van ‘maak je dromen waar’?”
Al voortbordurend hierop komen we op de tekst die het uiteindelijk wordt: ‘ga er voor 💙 go girl’ met daar tussenin in stoere hoofdletters haar naam. Alles in een stevig blauwe kleur en met hartjes. “Heel veel hartjes” zegt ze nog.

Snel gaat ze nog even wat doen en in de tussentijd stempel ik het polsbandje. En terwijl ik bezig ben, komt een vrouw naar mij toe die ik eerder die dag gesproken heb. “Ik ben direct even gaan zoeken naar keycords voor jou. Het zijn er minder dan ik dacht, maar deze zijn voor jou.” En ze schuift me een pakje nog niet gebruikte reclame keycords toe.
“Geweldig”, reageer ik. “Enorm bedankt. Kan ik als dank iets voor je stempelen?”
Ik concentreer me op de tekst voor de kleindochter en als die klaar is, hervat ik het gesprek met de vrouw van de keycords. We bladeren samen door het boek waarin ik teksten voorstempel, op zoek naar inspiratie.

En dan staat ze er opeens weer, de oma die haar kleindochter graag iets persoonlijks wil geven. Ik leg het polsbandje voor haar neer. Ze slaat haar hand voor de mond en zegt: “Oh, wat vind ik dat prachtig. En wat zal ze er blij mee zijn. En zo uniek ook. Niemand van haar vriendinnen heeft zo iets en dat maakt het extra leuk natuurlijk.”
“Zal ik het even in een cellofaantje verpakken?” vraag ik.
“Ja, natuurlijk,” komt de andere vrouw tussenbeide. “En dan heb ik er nog een gelukspoppetje voor u bij”, zegt ze en ze grabbelt in haar tas om een ongeopend pakje gelukspoppetjes te pakken. Ze neemt er eentje uit en geeft het aan de oma, die er overduidelijk ontroerd bij staat. “Wilde ik een zweetbandje kopen en kom ik uiteindelijk hier uit. En kijk nu toch eens.”

De tijd is inmiddels vergeten en als ze wegloopt, genieten de andere vrouw en ik nog even na van de verbinding die daar voor een moment tot stand kwam tussen ons drie├źn. Gewoon aan een marktkraam in een dorpje in Overijssel.