Blog

1300 tekens #15

Het is druk op de Klimduin. Volwassenen trappen een balletje met kinderen. Honden rennen enthousiast naar boven en weer terug. Sporters stalen er hun spieren, laverend tussen de kinderen die lachend van plezier naar beneden rollen. De geur van brandend hout op een vuurschaal waait mijn kant op als ik op een bankje aan de voet van de duin naar dit schouwspel zit te kijken. Twee plastic tasjes van de supermarkt staan naast me. Met de benen gestrekt en een stuk chocola in de hand geniet ik, rust ik uit en tank ik bij van een intensief weekend. Een weekend met een lach en een traan. Op dat moment ben ik nog in zalige onwetendheid van wat zich later die avond zal afspelen, als ik langs de kant van de snelweg moet stoppen om een schuivende lading sloopafval vast te sjorren… Ik kijk en geniet. Het voelt bijzonder hier binnen een paar weken permanent te wonen, in een plaats waar het altijd vakantie lijkt te zijn en met de duinen als onze voortuin, waarin ’s nachts uilen naar elkaar roepen. Daar op dat bankje neem ik mij voor iedere dag tijd vrij te maken voor puur genieten, los van werk, klussen in huis en dingen die moeten. Het leven is kostbaar en waard om met aandacht geleefd te worden. Hier bij de Klimduin zie ik waar het voor mij in essentie om gaat: genieten van ‘klein’ geluk.

1300 tekens #14

Hoe wil je je voelen? Die vraag op de achterkant van het boek ‘Het plan van je verlangen’ van Danielle LaPorte is de afgelopen weken met mij meegereisd. Waar ik mij in eerste instantie concentreerde op het benoemen van positieve gevoelens, kon ik merken dat het antwoord daarmee voor mij niet compleet was. Wat er precies miste kon ik in eerste instantie niet goed verwoorden. Totdat ik vandaag opeens helder het antwoord kon voelen. Hoe ik mij wil voelen? In acceptatie van alle gevoelens die ik heb! De fijne, de verdrietige, de verborgen, de kwetsbare. Die waarvoor ik me geneer, die me uit evenwicht brengen en die ik nog niet in alle volle grootsheid durf te tonen. Boosheid, verdriet, passie, onzekerheid, gelukzaligheid, blijdschap, dankbaarheid, ontroering. Ik wil alles voelen zonder mijzelf erom te veroordelen, maar juist als springplank voor persoonlijke en professionele groei. Want in die veroordeling, zit daar juist vaak niet de meeste pijn? Misschien nog wel meer dan in het gevoel zelf? En maken we het daarmee onszelf niet nodeloos extra lastig? Hoe zou het zijn als we, in het contact met onszelf en anderen, al onze gevoelens omarmen? Als we nieuwsgierig zijn naar de betekenis ervan? En van daaruit verder op weg gaan en de dialoog aangaan? De gedachte alleen maakt al blij!

1300 tekens #13

Er zijn van die dagen waarop je voor je gevoel alle zeilen bij moet zetten om overeind te blijven. Gisteren was zo’n dag. We kregen de sleutel van ons nieuwe huis, een moment waarnaar ik enorm had uitgekeken. Het liep anders dan ik had gedacht. Ons dochtertje stuiterde van links naar rechts. Bij mijn man zag ik vooral stress, met grote gespannen ogen van ‘waar zijn we aan begonnen’ en het vuur van ons dochtertje trof het vuur van mijn man. Binnen de kortste keren stond het huis, figuurlijk gesproken, in lichterlaaie. ‘Kom jongens, laten we op de praatsteen gaan zitten.’ Ter plekke doopte ik de grote, massieve, ronde steen voor de open haard om tot praatsteen. We passen er precies met z’n 3-en naast elkaar op. We spraken de dingen uit, gaven elkaar een knuffel en probeerden de draad weer op te pakken. ‘Goed idee van jou, mam, die praatsteen’ zei een vermoeid stemmetje vanaf de achterbank van de auto toen we ’s avonds terugreden. Vanochtend bij het opstaan bedacht ik me dat ik een groot flap-over vel op een muur ga hangen en daarop van iedere dag een paar geniet-momenten ga schrijven. Verhuizen, het is een van de grote life events, waarvan ik vastbesloten ben een succes te maken. Hoe gaat die uitspraak ook al weer? Het leven is een feestje, je moet alleen zelf de slingers ophangen!

1300 tekens #12

Terwijl de regen in mijn gezicht striemt, ga ik bijna veertig jaar terug in de tijd. En zie ik mijzelf samen met mijn ouders en zusjes, in een Renault 4 en vouwwagen, een zonnige camping in Zuid-Frankrijk oprijden. Bij de ingang zit een oud mannetje op een stoel. Beschut tegen de felle zon zit hij daar hele dagen. Het beeld staat in mijn herinnering gegrift. Ik denk dat ‘opa’ zoals ik hem noem, niet meer helemaal in orde is. Als we het jaar daarop terugkeren, staat de stoel er nog steeds, maar nu leeg en verlaten. Ik zie hoe hij onderdeel uitmaakt van de familie. Net zoals kinderen dat doen. Die typische Zuid-Europese beelden van hele families aan een lange tafel, voltrekken zich daar voor mijn ogen. Ik denk eraan terug, omdat ik vanmiddag een verjaardagslunch heb en alle speelafspraken die ik maak voor Amber door ziekte komen te vervallen. Ik besluit geen last minute pogingen meer te doen voor een nieuwe afspraak en samen met haar naar de lunch te gaan. En eigenlijk vind ik dat wel heel erg leuk en relaxed. Niet heen en weer racen van hot naar her, maar heerlijk zonder haast kunnen genieten. Soms voelt de huidige samenleving zo gefragmenteerd, met voor iedereen een afgebakende plek, waar ik mij veel prettiger voel als scheidslijnen vervagen en er meer ruimte is voor ‘samen’.

1300 tekens #11

Als mijn moeder (88) de voordeur opent, ligt er een lach op haar gezicht. In geen tijden heb ik haar zo ontspannen gezien. ‘Wat zie je er blij uit, mam’ zeg ik. ‘Het is feest vandaag’ antwoordt ze. Razendsnel graaf ik in mijn geheugen wat er zo bijzonder aan deze dag is. ‘Het is vandaag precies 62 jaar geleden dat je moeder en ik elkaar ontmoetten’ licht mijn vader toe. ‘Oh’, zeg ik, ‘de dag dat jij tegen je maten uit militaire dienst zei dat je verkering ging zoeken en mama in een dancing tegenkwam.’ Het is een verhaal dat ik al heel vaak gehoord heb en iedere keer weer wordt het met evenveel plezier verteld. We eten een taartje en zitten heerlijk te praten. Mijn moeder vertelt hoe ze ’s avonds samen een paar uur aan de keukentafel zitten. Zij met een boekje ‘waarin ze elkaar krijgen’ en mijn vader met tekenwerk. Zo lang als ik hem ken, is hij aan het ontwerpen. Nu inmiddels 83 jaar oud heeft hij nooit zijn passie voor zijn werk als technisch tekenaar verloren. Nog steeds werkt hij voor opdrachtgevers, dit keer eentje in Amerika. Naast dat het zijn passie is, was het ook zijn reddingsboei in de achterliggende donkere jaren waarin mijn moeder ziek was. Wat is het fijn hen nu zo samen te zien genieten. Het dringt bittere herinneringen naar achter en is balsem voor mijn ziel.

1300 tekens #10

Het boek ‘Lastige kinderen? Heb jij even geluk’ van Berthold Gunster staat al weer een aantal jaren ongeopend op de boekenplank, maar nog dagelijks pluk ik er de vruchten van. Bekend geworden door het Omdenken zijn de meest pakkende vragen in zijn boek voor mij ‘Is het nu werkelijk zo erg?’ en ‘Wie heeft er een probleem?’ Toen ik het las, was Amber zoals dat zo fraai heet in de peuterpubertijd. In die tijd hoorde ik mijzelf bijna dagelijks zeggen ‘trek een jas aan’ als we naar buiten gingen en even zo vaak weigerde ze met vlammende ogen. En zo waren er talrijke situaties waarin we duidelijk van mening verschilden. Door het boek kon ik veel van de strijd accuut loslaten. Want zijn gekamde haren naar school echt zo belangrijk? En doet die vlek of dat gat in kleding er echt toe? Is het bedankje na een speelafspraak een must? Het boek zette mij er mede toe aan na te denken over wat werkelijk belangrijk is. En dan ontdek je dat veel van de strijd over pietluttigheden gaat. Het boek is een uitnodiging met andere ogen naar je kind te kijken. En als je dat doet heb je echt opeens andere gesprekken met je kind. En niet onbelangrijk, ik ben er ontegenzeggelijk een stuk relaxter van geworden. Er is veel meer ruimte gekomen voor eigenheid, plezier, spontaniteit en waardering voor wie zij is.

1300 tekens #9

Shokotara, 15 jaar. Met een uitgeputte blik kijkt ze de camera in. Haar gezicht nog kinderlijk jong, maar wat heeft ze al veel doorstaan. Zij is haar moederland Myanmar ontvlucht, nadat voor haar ogen haar vader vermoord is en haar moeder meegenomen door militairen. Met opgetrokken benen leunt ze tegen een muur van gortdroge aarde, waarvan ze een stukje in haar hand verkruimelt als ze aan het praten is. Het vluchtelingenkamp waarin ze nu woont, is immens. Voor haar is het de plek waar ze voor het eerst sinds lange tijd iets van rust vindt. Ik denk aan haar als ik ’s avonds vermoeid in bed stap. Een avond waarop Amber eerst besluit in de bijkeuken te gaan wonen (‘jullie geven duidelijk toch niet om mij’) en na enige overreding haar kamp opslaat in de logeerkamer. Ik wilde een opbeurend verhaal schrijven over een boek van Berthold Gunster dat ik ooit las, maar Berthold kan even wachten, omdat ik dit meisje niet uit mijn gedachten krijg. Ik kijk nog eens naar de journaalbeelden. Onlangs was ik naar een workshop Geluk voor Kinderen, waarin een kindercoach vertelde dat omstandigheden maar voor een heel klein deel je geluk bepalen en dat je zelf veel invloed hebt op hoe je je voelt. Zou dit ook gelden voor een meisje als Shokotara? Het is een vraag die nog lang door mijn hoofd gaat.

1300 tekens #8

Als ik de Inloop binnenstap, zie ik een lange tafel vol vrouwen. Op voorhand wist ik niet hoeveel deelnemers naar de workshop zouden komen, maar het blijkt volle bak te zijn. Bij de introductie vertel ik hoe ik Lintenmaakster ben geworden en welke rol daarin het besef van onze vergankelijkheid speelde. Als ik vertel over het hartinfarct van mijn man vorig jaar, zie ik hen meeleven. Als geen ander weten deze mensen dat pijn en verdriet onderdeel uitmaken van het leven. Maar daar zitten ze, ieder voor zich met haar verhaal en duidelijk met veel zin aan de slag te gaan. Ik ga op mijn hurken bij een kleine, tengere vrouw zitten om mee te denken over de tekst. We praten over haar zoon die gezond ter wereld kwam, maar door koortsstuipen gehandicapt raakte. Haar gezicht licht op als ze over haar kleindochter van zes maanden praat. Dit soort kleine gesprekjes is een van de redenen waarom ik zoveel van mijn werk hou. De tafel is inmiddels bezaaid met repen stof, stempels, inkt en kralen. ‘Heleen, kun je even helpen?’ hoor ik regelmatig. Ik loop rond, luister, praat, schuif achter mijn naaimachine, sla ringen in lintjes en maak knoopjes in draad. Eens te meer besef ik mij dat ik mij thuis voel in mijn werk en in een groep mensen als deze. Met een gevoel van dankbaarheid rijd ik naar huis.

1300 tekens #7

Al jaren heb ik de sluimerende wens een boek te schrijven. Eens in de zoveel tijd doe ik een halfslachtige poging, maar altijd is er die vraag wat het onderwerp zou moeten zijn. Iets met leven, klein geluk, jezelf ontdekken. Veel verder dan dat kom ik niet. Nog voor ik begonnen ben, raak ik het overzicht al kwijt. Natuurlijk kan ik een schrijfcoach in de arm nemen, maar ik ontdek dingen graag op eigen houtje. Wat ik wel weet is dat ik het een levensecht boek wil laten zijn. Eentje waarin ik niet pretendeer de ultieme wijsheid in pacht te hebben, maar dat inspireert. En zo blijf ik ronddobberen en blijft het vooralsnog bij een wens. En dan op een avond schrijf ik een update op LinkedIn over hoe ik reageer op de uitspraak van Amber dat zij weg wil lopen. Iets in het bericht raakt de harten van velen. Met groeiende verwondering – en dankbaarheid – zie ik dat het bericht duizenden mensen bereikt. En word ik op mijn beurt geraakt door de hartverwarmende reacties. In de week erna schrijf ik nog een paar updates en voel dan opeens dat ik vorm en inhoud heb gevonden. 1300 tekens biedt een update van LinkedIn. Precies genoeg om met veel schrappen een kort verhaal te schrijven. Met aan het einde van dit jaar een boek. Oplage-aantal 2: 1 voor ons en 1 voor Amber. Dream big, keep it simple.

1300 tekens #6

Hoe het verder ging… Als ik mijn hoofd om de deur van het klaslokaal steek, zie ik hoe Amber (7) de kaarten voor haar afscheidsfeestje uitdeelt. Een meisje dat geen uitnodiging krijgt, vraagt haar waarvoor het is. Even zie ik iets van verwarring op Ambers gezicht. Dan hoor ik haar zeggen: ‘Ooooh, ik heb geen kaart voor jou. Ik kon er ook maar acht uitnodigen. Maar je mag wel op mijn verjaardagsfeestje komen, hoor!’ Dat dat praktisch gezien een beetje lastig wordt, omdat we dan ruim 100 km verderop wonen, beseft ze zich niet. Maar uit haar stem en houding spreken zoveel tact en inlevingsvermogen dat ik daar als mens en moeder heel blij van word. Ze weet zelf hoe het voelt om niet uitgenodigd te worden voor een feestje en kiest duidelijk zorgvuldig haar woorden. ‘Wat betekenen die letters?’ vraagt haar beste vriendje als hij de letters ‘B’ en ‘Je’ op zijn uitnodiging ziet staan. ‘Oh, dat vond ik gewoon leuk’ zegt ze en loopt verder om de volgende kaart uit te delen. Gewoon, omdat ze het leuk vindt. Briljant toch! Hoe vaak doen wij iets, gewoon omdat we het leuk vinden? Is er een betere reden om iets te doen dan dat?! Echt, van dit meisje leer ik iedere dag weer. Zij herinnert mij er dagelijks aan het leven met beide handen vast te pakken op een manier zoals die past bij mij en ons.