1300 tekens #24

‘Mam, ik weet het zeker!’ De deur van mijn werkkamer wordt opengegooid en ze (7) springt naar binnen en blijft bij de tafel staan. ‘Ik heb er nog eens over nagedacht en ik wil het echt. Ik wil een punkkapsel.’ Ik kijk op van mijn tafel die bezaaid is met kralen, repen stof en ragfijn kant. ‘Ik wil 1 kant kort en de andere lang. Kijk, zo.’ En terwijl ze 1 kant strak wegtrekt en aan de andere kant haar lok naar voren haalt, kijkt ze me stralend aan. ‘Prachtig toch?!’ zegt ze overtuigend. ‘Wil je het doen, mam? Jij bent zo handig met de schaar.’ Al pratend wuift ze nonchalant met haar hand naar mijn werktafel. ‘Dit kun je ook wel.’ Niet veel later zitten we foto’s van punkkapsels op internet te bekijken. Als ik me iets heb voorgenomen in het ouderschap dan is het wel om haar ruimte te geven voor eigenheid. Van zo’n vraag als deze raak ik dan ook niet echt van slag. Sterker nog, ik wil haar er ook wel bij helpen. Wel vind ik het mijn taak een paar dingen bespreekbaar met haar te maken. Want wat nu als ze het verschrikkelijk vindt als het geknipt is? Niets kan haar er echter van weerhouden. En zo zet ik, met een felle lamp erop gericht, deze avond de schaar erin. ‘Fantastisch mam. Veel beter dan de kapper ooit zou kunnen.’ En ze danst de kamer uit, dolgelukkig met haar punkkapsel.

1300 tekens #23

‘Gefeliciteerd met je succes!’ Het wordt de laatste dagen veel tegen mij gezegd. En eerlijk is eerlijk, ik geniet van de publicaties deze week en vorige week in landelijke tijdschriften. Elke keer dat er een opdracht binnenkomt, glunder ik. Dit is waarvan ik gedroomd heb. Het maakt me dankbaar en blij. Aan dit succes is echter een ander succes voorafgegaan, waarvan ik het belangrijk vind om het te benoemen, omdat het onmisbaar is voor waar ik nu sta. En dat is dat ik – vanaf het moment dat ik mezelf Lintenmaakster ben gaan noemen – in mezelf en wat ik doe geloof. Iedere letter die ik stempel, elk gesprek dat ik voer, alle acties die ik onderneem: allemaal zijn ze een belangrijke schakel in mijn huidige succes. Dit heb ik alleen kunnen bereiken door volhardend en toegewijd in mijn passie te zijn. En daarbij mijn eigen pad te bewandelen en vanuit mijn hart te ondernemen, met veel ruimte voor ontdekken. Dat levert een vorm van moeiteloosheid op die volgens mij alleen kan ontstaan vanuit authenticiteit. Vind jouw eigen gouden succesformule zou ik dan ook willen zeggen. Onderscheid jezelf daarmee. Heb de moed jezelf te laten horen en zien zoals jij bent. Laat elke handeling doordrenkt zijn van waarin jij gelooft. Succes begint op het moment dat jij gelooft verschil te kunnen maken.

1300 tekens #22

‘Ik ben vrij! Dat riep ik toen ik alleen het kruispunt over fietste.’ Stralend kijkt ze me aan, haar armen wijd gespreid. Net twee dagen op haar nieuwe school, heeft ze er haar zinnen op gezet om alleen naar school te fietsen. Zeven jaar. Oké, bijna acht. ‘Nog maar 35 dagen totdat ik jarig ben, mam.’ Ik heb er mijn bedenkingen bij, maar ze houdt voet bij stuk dat ze het best kan. Vanochtend checkt ze nog even of ze echt alleen mag fietsen als ik met haar meeloop om haar fiets te pakken. En dan rijdt ze het hek uit, de weg op. Een trotse, geconcentreerde blik op haar gezicht, haar tas met melk en een banaan schuin om haar schouder. ‘Goed idee, mam, anders komen de koordjes tussen de spaken.’ Korte tijd nadat zij weg is gefietst, spring ik op de mijne en rijd achter haar aan. Op veilige afstand zodat ze mij niet ziet, volg ik haar tot het wat lastiger kruispunt en zie hoe ze kalm en vol aandacht op weg is. Heel anders dan wanneer we samen fietsen en ze soms als een wildebras ervandoor gaat. Eenmaal het kruispunt voorbij stop ik en kijk haar na. Mijn hart smelt voor mijn meisje dat snel groot aan het worden is. Ik ben plotsklaps in een snelcursus ‘loslaten’ beland. Ik keer mijn fiets en rijd terug. De zon kiert boven de wolken uit en betovert de wereld met haar gouden gloed.

1300 tekens #21

IJskoud striemt de snijdende oostenwind in mijn gezicht als ik deze morgen Nana de hond uitlaat. Ik duik diep weg in mijn dikke sjaal, mijn gezicht prikkelend van de kou. Een fietser zwoegt gebogen over zijn stuur omhoog de heuvel op. Eenmaal gekeerd en met de wind en zon in mijn rug is het heerlijk en richt ik mijn blik weer op en om mij heen. Na dagen van voor mijn gevoel zielloos ronddolen, hervind ik mijzelf weer en neem ik bewust tijd om van verschillende ‘laatste keren’ te genieten. Verhuizen vraagt loslaten om elders opnieuw te kunnen beginnen. Die overgangsfase voelt als een soort niemandsland. De ziel is uit ons oude huis, maar nog niet in ons nieuwe huis. Mijn gevoel kantelt als ik bewust stil sta bij afscheid nemen van dingen en plaatsen. Mijn handelingen krijgen iets ritueels. En dat heeft iets troostends en ruimte scheppend. Het maakt ‘closure’ mogelijk. Bij mijn ouders heb ik gezien welke impact het heeft als het leven je plotsklaps de kans ontneemt bewust bepaalde fases af te sluiten en je zelf geen alternatieve manieren vindt om dit te kunnen doen. Dan blijft er iets hangen en knagen en kun je jezelf verliezen in verdriet en gemis. Die laatste keer naar de kringloop, het laatste kopje koffie in de eetkamer, dit laatste rondje lopen. Het heeft bijna iets heiligs.

1300 tekens #20

‘U kunt natuurlijk altijd bij de politie komen werken’ zegt de politiemedewerkster halverwege mijn verhaal van aangifte van vernieling. Al pratend blijk ik inmiddels al heel wat informatie vergaard te hebben. Niet zo gek ook als je bedenkt dat ik afgelopen week als een soort Sherlock Holmes door de wijk heb gelopen, op zoek naar eventuele getuigen en andere aanknopingspunten. Het is bijzonder om daarbij te merken dat het mij geeneens zozeer te doen is om iemand te straffen. Nee, ik ben oprecht nieuwsgierig naar wat maakt dat een clubje jongeren ervoor kiest om doelbewust een muurtje om te trekken en trappen. Hoe het zover kan komen en wat er voor nodig is om op een plezierige en respectvolle manier met elkaar om te gaan. Het is dan ook om die reden dat ik op een gegeven moment informeer of het mogelijk is om als er daders gepakt worden met hen aan tafel te komen zitten. ‘Misschien ben ik een idealist’ zeg ik, ‘maar wat als die jongeren het lef dat ze laten zien gaan inzetten voor de veiligheid van de buurt in plaats van herrie lopen schoppen. Al bereik ik maar 1 jongere.’ Ze ondersteunt mijn wens van harte en maakt er notitie van. Wie weet krijg ik binnenkort de kans. In de tussentijd fantaseer ik even over een carrière als politievrouw. Er verschijnt een grijns op mijn gezicht.

1300 tekens #19

Schuivend op haar buik komt ze soms naar mij toe gekropen en keert zich dan half op haar rug. Het is een beeld dat ik herken van de video waarin ze gered wordt op een vuilnisbelt in Servië, op zoek naar warmte en eten. Angstig, onzeker en ‘met een rugzakje’ komt ze maanden later naar Nederland. In een vrieskoude avond rijden wij naar de afgesproken plek om haar op te halen. Eenmaal in de auto zit ze heel stilletjes in de bench. Ze is een beetje vuil en stinkt en heeft er net een rit van 1500 kilometer op zitten. Thuis laat ik haar even uit en dan gaat ze voor de nacht terug in de bench. Halverwege de nacht sta ik op en kijken we samen voor een tijdje naar de sterren. Er breekt een periode van over en weer wennen aan. Het eerste weekend waarin ze voor het eerst mijn man ziet, is ronduit dramatisch. Op sommige momenten zitten we in wanhoop met onze handen voor de oren, zoveel blaft ze. Het tweede weekend gaat het al veel beter. En steeds vaker durft ze haar angst opzij te zetten en speelt en ravot. Beetje bij beetje verovert zij mijn hart. Als ik denk aan rescuer en de stichting die haar naar Nederland heeft gehaald, voel ik waardering en bewondering. Het zijn mensen die werkelijk alles geven voor het welzijn van deze dieren. Ontroerend en hartverwarmend.

1300 tekens #18

Luid joelend rennen de kinderen vanuit de keuken de koffiezaak binnen. Op zoek naar ingrediënten voor het bakken van koekjes. Amber viert haar afscheidsfeestje in ons favoriete koffietentje. Uitgerekend vandaag voel ik me beroerd door een fikse verkoudheid en met pillen weet ik me net op de been te houden. Ik hang wat over het tafeltje, terwijl ik mijn muntthee met honing drink. Het liefst zou ik onzichtbaar zijn. Dan begint mijn buurvrouw te praten. ‘Oh nee’ denk ik, ‘daar heb ik de energie niet voor’. Maar dan vertelt ze over het moeilijke jaar dat ze achter de rug heeft, waarin haar partner is overleden. ‘Was hij ziek?’ informeer ik op een gegeven moment. ‘Nee’ zegt ze, ‘het was zelfdoding.’ Ik voel rillingen over mijn rug lopen. ‘Het kwam als een totale verrassing. Altijd stond hij klaar voor anderen. Altijd had hij een woordje voor iedereen. 36 jaar waren wij samen. En nu is het elke dag zoeken naar de zin van het leven.’ Haar ogen weerspiegelen haar verdriet en verder pratend vertelt ze over de eenzaamheid die zij en veel andere weduwen en weduwnaren ervaren. ‘Mensen vinden op een gegeven moment dat je genoeg hebt gerouwd en dat het tijd is door te gaan. Ik heb veel vrienden verloren.’ Ik leef met haar mee, mijn verkoudheid even vergetend. Haar verhaal verdient aandacht.

1300 tekens #17

‘Staan mijn ogen op half acht?’ Spontaan schiet ik in de lach bij deze vraag van Amber (7). Ze ligt op de ‘Jan, Jans en de kinderen-bank’ onder een dekentje. Haar ogen lodderig en moe. ‘Ik voel me echt niet lekker. Nu heb ik naast keelpijn ook nog buikpijn’ zegt ze. ‘Het was misschien toch niet zo’n goed idee om net zonder jas buiten te spelen.’ Ik ga bij haar zitten op een krukje, nog steeds lachend vanwege haar opmerking. Korte tijd daarvoor had ik tegen haar gezegd dat ‘haar ogen op half zeven’ stonden. ‘Wat betekent dat nu weer?’ had ze gevraagd, onderwijl haar gezicht fronsend. Ik blijf het zo grappig vinden om mee te maken hoe haar hoofd zich steeds meer vult met woorden en uitdrukkingen die voor ons als volwassenen zo vanzelfsprekend zijn. ‘Weet je waar ik heel veel goede herinneringen aan bewaar?’ vraag ik haar. Ze schudt haar hoofd. ‘Op precies deze bank lag ik vroeger ook als kind als ik niet lekker was. Dan maakte mijn moeder een heerlijk bed op en vertroetelde ze me de hele dag met lekkers en drinken. Zo fijn vond ik dat.’ En ik herinner me hoe ik ooit tijdens de Olympische Winterspelen een week lang thuis met griep lag. Genietend van alle mooie beelden op tv en de liefde en aandacht van mijn moeder. Een generatie verder speelt hetzelfde tafereel zich nogmaals af

1300 tekens #16

‘Houd je de tijd in de gaten? Schiet je een beetje op?’ Ik hoor het mezelf deze morgen meerdere keren zeggen tegen Amber (7). Zoals elke schoolochtend is het een gedoe op tijd te komen. Dan herinner ik me Berthold Gunster weer en verander van strategie. ‘Zie je de klok? Het is nu 10 over 8. Over een half uur begint school. Ik laat het aan jou over op tijd te komen.’ Ik loop naar de keuken om melk en een banaan voor haar te pakken, ruim wat op en heb de tandenborstel al klaar liggen. Eerst gebeurt er nog niet zoveel, dan hoor ik haar opeens in paniek door huis rennen. ‘Waar zijn mijn schoenen? Zie je dan niet dat ik stress heb?’ Hijgend staat ze voor me, de tranen zitten hoog. ‘Lieverd, ik weet niet waar je schoenen zijn. Trek anders deze aan.’ en ik houd een ander paar omhoog. Ze wringt zich in de schoenen, mompelt wat over dat ze hierin blaren krijgt, maar houdt ze toch aan. Inmiddels huilt ze en komt ze naar me toe. Ik leg een arm om haar schouders en trek haar tegen mij aan. ‘Hoe kan ik je helpen?’ vraag ik. ‘Door een hoge knot te maken.’ “Okay, verrassend”, denk ik bij mijzelf, “maar prima”. Ze loopt naar boven voor de kam en een elastiekje. Ik maak de hoge knot en poets haar tanden. Dan loopt ze de deur uit, haar haren glanzen wit in de winterzon. Een beetje te laat, dat wel.

1300 tekens #15

Het is druk op de Klimduin. Volwassenen trappen een balletje met kinderen. Honden rennen enthousiast naar boven en weer terug. Sporters stalen er hun spieren, laverend tussen de kinderen die lachend van plezier naar beneden rollen. De geur van brandend hout op een vuurschaal waait mijn kant op als ik op een bankje aan de voet van de duin naar dit schouwspel zit te kijken. Twee plastic tasjes van de supermarkt staan naast me. Met de benen gestrekt en een stuk chocola in de hand geniet ik, rust ik uit en tank ik bij van een intensief weekend. Een weekend met een lach en een traan. Op dat moment ben ik nog in zalige onwetendheid van wat zich later die avond zal afspelen, als ik langs de kant van de snelweg moet stoppen om een schuivende lading sloopafval vast te sjorren… Ik kijk en geniet. Het voelt bijzonder hier binnen een paar weken permanent te wonen, in een plaats waar het altijd vakantie lijkt te zijn en met de duinen als onze voortuin, waarin ’s nachts uilen naar elkaar roepen. Daar op dat bankje neem ik mij voor iedere dag tijd vrij te maken voor puur genieten, los van werk, klussen in huis en dingen die moeten. Het leven is kostbaar en waard om met aandacht geleefd te worden. Hier bij de Klimduin zie ik waar het voor mij in essentie om gaat: genieten van ‘klein’ geluk.