1300 tekens #9

Shokotara, 15 jaar. Met een uitgeputte blik kijkt ze de camera in. Haar gezicht nog kinderlijk jong, maar wat heeft ze al veel doorstaan. Zij is haar moederland Myanmar ontvlucht, nadat voor haar ogen haar vader vermoord is en haar moeder meegenomen door militairen. Met opgetrokken benen leunt ze tegen een muur van gortdroge aarde, waarvan ze een stukje in haar hand verkruimelt als ze aan het praten is. Het vluchtelingenkamp waarin ze nu woont, is immens. Voor haar is het de plek waar ze voor het eerst sinds lange tijd iets van rust vindt. Ik denk aan haar als ik ’s avonds vermoeid in bed stap. Een avond waarop Amber eerst besluit in de bijkeuken te gaan wonen (‘jullie geven duidelijk toch niet om mij’) en na enige overreding haar kamp opslaat in de logeerkamer. Ik wilde een opbeurend verhaal schrijven over een boek van Berthold Gunster dat ik ooit las, maar Berthold kan even wachten, omdat ik dit meisje niet uit mijn gedachten krijg. Ik kijk nog eens naar de journaalbeelden. Onlangs was ik naar een workshop Geluk voor Kinderen, waarin een kindercoach vertelde dat omstandigheden maar voor een heel klein deel je geluk bepalen en dat je zelf veel invloed hebt op hoe je je voelt. Zou dit ook gelden voor een meisje als Shokotara? Het is een vraag die nog lang door mijn hoofd gaat.