1300 tekens #20

‘U kunt natuurlijk altijd bij de politie komen werken’ zegt de politiemedewerkster halverwege mijn verhaal van aangifte van vernieling. Al pratend blijk ik inmiddels al heel wat informatie vergaard te hebben. Niet zo gek ook als je bedenkt dat ik afgelopen week als een soort Sherlock Holmes door de wijk heb gelopen, op zoek naar eventuele getuigen en andere aanknopingspunten. Het is bijzonder om daarbij te merken dat het mij geeneens zozeer te doen is om iemand te straffen. Nee, ik ben oprecht nieuwsgierig naar wat maakt dat een clubje jongeren ervoor kiest om doelbewust een muurtje om te trekken en trappen. Hoe het zover kan komen en wat er voor nodig is om op een plezierige en respectvolle manier met elkaar om te gaan. Het is dan ook om die reden dat ik op een gegeven moment informeer of het mogelijk is om als er daders gepakt worden met hen aan tafel te komen zitten. ‘Misschien ben ik een idealist’ zeg ik, ‘maar wat als die jongeren het lef dat ze laten zien gaan inzetten voor de veiligheid van de buurt in plaats van herrie lopen schoppen. Al bereik ik maar 1 jongere.’ Ze ondersteunt mijn wens van harte en maakt er notitie van. Wie weet krijg ik binnenkort de kans. In de tussentijd fantaseer ik even over een carrière als politievrouw. Er verschijnt een grijns op mijn gezicht.