1300 tekens #12

Terwijl de regen in mijn gezicht striemt, ga ik bijna veertig jaar terug in de tijd. En zie ik mijzelf samen met mijn ouders en zusjes, in een Renault 4 en vouwwagen, een zonnige camping in Zuid-Frankrijk oprijden. Bij de ingang zit een oud mannetje op een stoel. Beschut tegen de felle zon zit hij daar hele dagen. Het beeld staat in mijn herinnering gegrift. Ik denk dat ‘opa’ zoals ik hem noem, niet meer helemaal in orde is. Als we het jaar daarop terugkeren, staat de stoel er nog steeds, maar nu leeg en verlaten. Ik zie hoe hij onderdeel uitmaakt van de familie. Net zoals kinderen dat doen. Die typische Zuid-Europese beelden van hele families aan een lange tafel, voltrekken zich daar voor mijn ogen. Ik denk eraan terug, omdat ik vanmiddag een verjaardagslunch heb en alle speelafspraken die ik maak voor Amber door ziekte komen te vervallen. Ik besluit geen last minute pogingen meer te doen voor een nieuwe afspraak en samen met haar naar de lunch te gaan. En eigenlijk vind ik dat wel heel erg leuk en relaxed. Niet heen en weer racen van hot naar her, maar heerlijk zonder haast kunnen genieten. Soms voelt de huidige samenleving zo gefragmenteerd, met voor iedereen een afgebakende plek, waar ik mij veel prettiger voel als scheidslijnen vervagen en er meer ruimte is voor ‘samen’.